‘Blijf op de hoogte van het allerlaatste nieuws’

Succesvolle samenwerking bij telefoonteam Zorg voor elkaar Breda

Ad Taks en Sonja Eekhout in gesprek met Breda Actief

Geplaatst op 28-06-2016

Ad en Sonja zijn trots op de bereikte samenwerking tussen beroepskrachten en vrijwilligers bij Zorg voor elkaar Telefoon. Ad: “In het begin moest ik wennen aan de samenwerking met vrijwilligers, nu zie ik alleen maar voordelen: het van en met elkaar leren zorgt ervoor dat beroepskrachten en vrijwilligers elkaar positief beïnvloeden in het zoeken naar antwoorden en oplossingen." Een gesprek met Corrie Marijnissen, adviseur vrijwillige inzet Breda Actief.

Ad Taks: maatschappelijk werker
Sonja Eekhout: vrijwilliger

Wat is Zorg voor elkaar Breda?

Zorg voor elkaar Breda is een netwerk van maatschappelijke Bredase organisaties en de Gemeente Breda. Samen hebben zij één doel: ervoor zorgen dat iedere inwoner van Breda de ondersteuning, hulp of zorg krijgt die nodig is. In dit netwerk werken vrijwilligers en beroepskrachten samen met de mensen die hulp vragen: de hulpvragers hebben de regie.
In Zorg voor elkaar Breda werken maatschappelijk werkers, huishoudelijke hulpen, wijkverzorgenden en –verpleegsters, Wmo-klantmanagers, consulenten die cliënten ondersteunen en begeleiden, mensen die mantelzorgers ondersteunen en sociaal werkers in de wijken plus vele vrijwilligers op allerlei gebieden samen. Samen vormen zij één groot netwerk, met één ingang: Zorg voor elkaar Breda.

Wat is Zorg voor elkaar Telefoon (ZVET)?

Dat is de telefoondienst van Zorg voor elkaar Breda; de plek waar alle telefoontjes met vragen over ondersteuning, hulp of zorg binnen komen. Op deze plek werken vrijwilligers en beroepskrachten samen. Het doel is om hulpvragers snel en goed door te verwijzen. Mensen hoeven maar één nummer te bellen voor al hun vragen. De telefonist verwijst zo snel mogelijk door naar de juiste instelling of organisatie. De vragen die binnenkomen zijn heel divers: een vrijwilliger die mee boodschappen kan doen, een aanvraag voor een scootmobiel of hulp voor een verslaafde zoon.

Wat doe je als vrijwilliger?

Sonja: “Elke week komen er ongeveer 80 tot 100 telefoontjes binnen. Vrijwilligers beantwoorden alle vragen en verwijzen mensen door. Bij twijfels en bij ingewikkelde vragen zijn de beroepskrachten aanwezig om mee te denken of om het over te nemen. Een van de leerpunten voor de meeste vrijwilligers is het goed doorvragen als een beller een hulpvraag stelt. Dit is voor veel vrijwilligers nieuw en zij hebben allemaal hier les in gekregen.”
Ad vult aan: “Het belangrijkste is dat vrijwilligers communicatief vaardig zijn en goed in hun vel zitten. Dit laatste is echt noodzakelijk omdat er ook moeilijke en zorgwekkende hulpvragen en situaties voorkomen waar je goed mee om moet kunnen gaan.”

Een telefoontje heeft vaak een groot effect

Ad en Sonja zijn erg trots op ZVET en vinden dat ze het goed doen. Want het doel van ZVET is om samen met de beller te kijken wat nodig is. Soms kunnen familie, buren of vrienden bijspringen. Soms is de hulp van een vrijwilliger of professionele hulp nodig.
En het werkt!

Sonja: “Een vraag die we vaak krijgen is een vrijwilliger die meegaat om boodschappen te doen. Door op een goede manier door te vragen gaat deze persoon toch eerst in zijn of haar eigen omgeving zoeken of iemand kan helpen, bijvoorbeeld kinderen, familie, vrienden of buren. Iemand die belt heeft hier nog niet of onvoldoende over nagedacht. Doordat wij met ze praten en vragen stellen, komen ze vaak toch op het idee dat ze anderen in hun directe omgeving om hulp kunnen vragen. Ze worden door ons aan het denken gezet en dat maakt dit werk ook erg leuk: je kunt met een goed telefoontje veel effect hebben.”

Is er een taakverdeling bij ZVET?

Ad: “Bij ZVET nemen de vrijwilligers alle binnenkomende telefoontjes aan. Zij handelen de vragen van de bellers zelf en zelfstandig af. Bij twijfel en bij ingewikkelde vragen geeft de beroepskracht advies of neemt het over.” Sonja: “Om goed door te kunnen verwijzen heb je als vrijwilliger veel kennis nodig over alle Bredase hulpverleningsinstellingen, vrijwilligersorganisaties en diensten die er zijn. Het zijn ook vrijwilligers die ervoor zorgen dat onze sociale kaart actueel blijft.”

Leren van elkaar

Volgens Sonja en Ad kun je de vrijwilligers van ZVET zien als de ‘wijze buurvrouw’ die praktische tips en oplossingen biedt. Juist omdat zij als vrijwilliger werken hebben ze geen last van verwachtingen of verplichtingen die een beroep, opleiding of methodiek met zich mee kunnen brengen. Sonja: “Wij gebruiken ons boerenverstand en hebben een no-nonsens houding. De beroepskracht is de professional die als hulpverlener vaak op een andere manier naar oplossingen zoekt of hulp wil bieden.” Ad: “Vrijwilligers en beroepskrachten beïnvloeden elkaar en dat maakt dat we allebei van elkaar leren en elkaar beïnvloeden. Hierin is het belangrijk dat we open naar elkaar zijn in wat je wel en wat je niet weet.”

Als vrijwilliger wordt je hier serieus genomen

Ad: “In het begin was het zoeken naar de samenwerking, dit kwam onder meer vanwege wederzijdse verwachtingen die niet met de werkelijkheid klopten. Dit kwam ook omdat voor beide groepen het nieuw was om met elkaar samen te werken. Beroepskrachten hadden aanvankelijk de verwachting dat vrijwilligers professionals moesten worden. Intussen is de samenwerking OK en wordt er over en weer zowel positieve als kritische feedback gegeven.”

Gezamenlijke zoektocht om de klant het beste te kunnen helpen

Sonja: “Het leuke bij ZVET is dat je als vrijwilliger echt heel serieus genomen wordt. Soms schuurt het vrijwilligerswerk tegen dat van een beroepskracht aan en doe je hetzelfde werk. Sommige vrijwilligers vinden dit vervelend, anderen alleen maar prettig. Dit is vaak afhankelijk van het doel waarom je dit als vrijwilliger doet. Sommige vrijwilligers die ook op zoek waren naar een betaalde baan, hadden hier wel last van. Maar juist al die verschillen maken het werk leuk.” Ad: “Ook voor beroepskrachten wordt de samenwerking alsmaar leuker en is het een gezamenlijke zoektocht geworden om de klant het beste te kunnen helpen.”

Tijdens de gezamenlijke intervisie met beroepskrachten en vrijwilligers worden praktijkvoorbeelden besproken. Dit vraagt openheid van beroepskrachten en vrijwilligers. Gaandeweg heeft zich hierin een natuurlijke selectie voltrokken, mensen die niet graag op deze manier willen of kunnen werken, blijven dit niet lang doen. Bij de beroepskrachten en bij de vrijwilligers. Deze manier van elkaar aanspreken heeft er toe geleid dat de samenwerking nu goed loopt.


Ad: “In het begin moest ik wennen aan de samenwerking met vrijwilligers, nu zie ik alleen maar voordelen: het van en met elkaar leren zorgt ervoor dat beroepskrachten en vrijwilligers elkaar positief beïnvloeden in het zoeken naar antwoorden en oplossingen.”
Ad en Sonja zijn het samen eens: “We zijn er trots op dat we open naar elkaar zijn, kwetsbaar kunnen zijn en elkaar kritische feedback geven.“

Hebben jullie tips?

Ad heeft een belangrijke tip voor beroepskrachten: “Stap nou eens af van denken in verschillen tussen professionals en vrijwilligers en kijk naar de persoon in kwestie. De een is niet beter dan de ander, en dat geldt zowel voor de vrijwilliger als voor de beroepskracht. Trek samen op en kom samen tot oplossingen. Dat werkt verrassend verrijkend! Maar als het echt moeilijker wordt, mag je wel extra inspanningsverplichtingen van de beroepskracht verlangen.”

Een tip die Ad en Sonja beiden onderschrijven: “Mopper niet te snel op elkaar. Praat erover en leer elkaars verschillen te waarderen”.

 

Alle nieuwsberichten


Partner in Wijkwijs Breda

ANBI